Is er een dokter in de zaal?

Zoals beloofd zal ik in dit derde blog een aantal eenvoudige toneelactiviteiten zo goed mogelijk proberen te beschrijven. Dit doe ik op veler verzoek én om ervoor te zorgen dat iedereen de kans krijgt om kinderen toneel te laten spelen en er zelf hopelijk ook nog plezier in te hebben en te krijgen. Ik zal achtereenvolgens een warming-up,  een tweetal kernactiviteiten en een afsluiting omschrijven, de essentiële onderdelen voor een goed opgebouwde dramales. In onderstaande activiteiten komen verschillende elementen van toneelspel aan bod, namelijk opwarmen, emoties, improviseren en samenwerken. Let op: het woord leerkracht kan te allen tijde vervangen worden door iets anders, bijvoorbeeld ouder.

Warming up

Paardenrace:

Kinderen zitten in de kring,  de leerkracht leidt de race. Spreek van tevoren bewegingen en bijbehorende geluiden af.  Kinderen vinden het geweldig hierin mee te denken. Oefen alle bewegingen ook even met ze. Basisbewegingen:

Bocht naar rechts, alle kinderen bewegen naar rechts en en roepen Heee.
Bocht naar links, alle kinderen bewegen naar links en roepen Heee.
Hindernis, alle kinderen komen omhoog en doen een wave met hun handen en roepen Heee
Mannentribune HEY HEY HEY met rechtervuist omhoog
Vrouwentribune HAAAAAI met linker zwaaihandje
Waterbak, vingers langs je lippen en geluid maken
De heg, kinderen steken beide handen naar voren en bewegen ze drie keer van links naar rechts met het geluid van een heg.

Dan start leerkracht de race en zegt bijvoorbeeld: ‘Alle paarden naar de start, zijn jullie er klaar voor? Daar gaan we! Iedereen racet door met beide handen op je bovenbenen te slaan en ondertussen bovenstaande bewegingen te noemen. Daar komt een bocht naar rechts, woeee, en dan komen we bij de waterbak’ etc. Leerkracht bepaalt einde van de race. Kinderen vinden het leuk om nieuwe bewegingen en acties te bedenken om het moeilijker te maken én om de race te mogen leiden.
Kern:

Emotiebus

Handig om vóór deze oefening een gesprekje met ze te hebben over wat emoties zijn en de vijf belangrijkste te kiezen (Ik kies altijd voor blij, boos, bang, verdrietig, verliefd) Vier stoelen achter elkaar zitten en de kinderen vertellen dat dit een bijzondere bus is, namelijk de emotiebus.  Éen kind is de chauffeur en die begint met werken en kiest een emotie waarin hij/zij dit doet. Dan roept het kind: ‘Halte’ en stapt de eerste passagier in met een andere emotie. De hele bus neemt die emotie over. De volgende passagier heeft weer een andere emotie en weer neemt de hele bus deze over. Dit totdat alle vier de stoelen bezet zijn. Als de chauffeur nu ‘Halte ‘ roept mag de eerste passagier de bus weer verlaten in een nieuwe emotie. Dit gaat zo door totdat de chauffeur nog alleen over is en die kiest een emotie waarin hij/zij de werkdag afsluit.

Wachtkamer van de dokter

Vier stoelen naast elkaar zetten.  Vier vrijwilligers worden aangewezen door leerkracht en gaan ergens in  het lokaal in een rijtje staan. Leerkracht wijst ook ‘dokter’ aan in de zaal die af en toe: ‘Volgende’ mag roepen. Kinderen spelen dat ze in de wachtkamer van de dokter komen. Ze mogen zelf hun klacht verzinnen (leukste is als de klacht niet gelijk zichtbaar is, spannender voor publiek) Er kunnen gesprekjes ontstaan maar ik stimuleer altijd stil spel omdat dat veel spannender is.Als er ‘Volgende ‘ wordt geroepen kan de eerste weer in het publiek gaan zitten. Leerkracht kan zelf bepalen of er dan een nieuw iemand in mag of dat je wacht tot alle drie de patienten weer in het publiek zitten. Kinderen vinden dit ‘improviseren’ vaak erg leuk. Ik roep vaak dingen vanaf de kant als: ‘ Oh de klachten worden nu nog 10 keer zo erg’ etc.

Afsluiting

Samenwerkingsopdracht

Deze oefening is zeer coöperatief dus de kinderen moeten echt samenwerken en hebben veel plezier. Kinderen lopen in de ruimte, liefst wat groter dan een lokaal.  Leerkracht vertelt de kinderen dat hij/zij zometeen roept dat ze dan zo snel mogelijk moeten uitbeelden en ook met hoeveel personen. Ik heb onderstaande dingen en aantallen gebruikt maar voel je natuurlijk vrij als je andere ideeën of aantallen hebt.

Eerst een nummer noemen(aantal) en dan het woord.

1. Aboriginal
2. Kop en schotel
3. Staande klok
4. Dolfijn/ krokodil
6. Kasteel
12. Gesmolten sneeuwman
24. Schilderij (bijvoorbeeld nachtwacht of thema uit het project)

Ik wens jullie heel veel plezier met de uitvoering hiervan! Als er vragen en/of opmerkingen zijn hoor ik het graag!

Welke eenovudige oefening ken jij nog die je zou willen delen zodat meerdere mensen hem kunnen gebruiken? Voeg hem toe in je reactie hieoronder, vind ik leuk!